Rakfisk 

Eerder gepubliceerd in Typisch Nedernoors

Toen iemand me laatst vroeg om deel te nemen aan een “rakefisklag”, zei ik meteen ja. Wat hij precies bedoelde, wist ik niet, maar het klonk reuze gezellig. Bij aankomst zit het hele gezelschap buiten in een houtgestookte “badestamp”. Fantastisch! Kaarslicht weerkaatst in de sneeuwkristallen. Het formidabele uitzicht op het rondom liggende gebergte maakt het plaatje sprookjesachtig compleet.

Terwijl een deel van de genodigden nog wat nabaddert, begeef ik me vast richting woonhuis. Maar met het opendoen van de voordeur, loop ik tegen een geur op die als een zwaar lagedrukgebied in de gang hangt. Wat is dit?? Het komt uit de kelder. Inmiddels toch wel wat bezorgd over wat we straks voorgeschoteld gaan krijgen, daal ik de keldertrap af.

Daar tref ik de breed glimlachende gastheer aan. Voor hem staat een emmer. Vluchtig werp ik er een blik in. De inhoud lijkt nog het meest op een oude kikkersloot met stilstaand water die nodig eens uitgebaggerd moet worden. De geuren die over de rand heen rollen, doen denken aan onderaardse vochtige gangenstelsels met zo hier en daar wat rondslingerende visresten. Of aan een broccolistronkje dat al weken vergeten in de koelkastlade ligt. Eigenlijk is de lucht met niets te vergelijken.

‘Jawel Hans,’ zegt de gastheer, ‘het ruikt een beetje speciaal, niet waar?’ Zijn hand verdwijnt tot net over zijn pols in de substantie en komt weer boven met een nadruipend visje erin. Het visje zelf ziet er eigenlijk nog wonderbaarlijk goed uit. Hoe is het mogelijk? ‘Hoe lang liggen die beestjes daar al in?’ vraag ik. ‘Zeker een half jaar,’ antwoordt de gastheer. ‘Ja, ja,’ zeg ik. Ik ga maar weer eens naar boven. Daar nestel ik me in een stoel en probeer de indringende geur heel even van me af te zetten. Verderop zie ik Sandra kletsen.

‘Het is belangrijk dat er precies genoeg zout in zit,’ hoor ik de gastvrouw tegen haar zeggen. En de vis mag absoluut niet met aarde in aanraking zijn geweest, want dan krijg je botulisme.’ ‘Oh,’ zegt Sandra, ‘maar wat krijg je daar dan van?’ ‘Hangende oogleden, slik- en spraakproblemen, spierverlamming, dubbelzien en ademhalingsmoeilijkheden,’ antwoordt de gastvrouw lachend. ‘Mmm, mmm…,’ murmelt Sandra. Ik zie haar denken. Haar gezin, haar familie, haar hele leven schiet zichtbaar in een flits door haar hoofd. ‘En hoe langer ze in de emmer liggen, des te specialer gaan ze smaken,’ vervolgt de gastvrouw. ‘Hoe lang mogen ze eigenlijk maximaal in zo’n emmer liggen?’ vraagt Sandra. ‘Nou, het is nu wel de hoogste tijd om ze eruit te halen,’ hoor ik de gastvrouw nog zeggen. Sandra kijkt me aan. ‘Ik geloof dat ik toch nog maar een biertje neem,’ fluistert ze.

Maar dan is het zover. De schaal met rakefiskmootjes belandt op tafel. Het eerste stukje dat ik aan mijn vork prik is niet groter dan een halve rozijn. De tijd die nodig is om het van mijn bord naar mijn mond te krijgen duurt drie keer langer dan normaal. Enkele seconden erna volgde de verrassing die ik zelf niet meer voor mogelijk had gehouden. Ik vond het heerlijk! Verrukkelijk zelfs.

Ik leg mijn lot niet graag bij een ander in handen. In die zin zal ik het niet snel nog eens eten. Maar bij deze koks durf ik het best nog wel een keertje aan.