Ontwortelde wolk

Eerder gepubliceerd in het boek Typisch Nedernoors

Tijdens een ontbijt wordt Delphi’s aandacht plotseling getrokken door een stel laaghangende wolkjes boven het Isfjord. ‘Moet je zien wat een mooie witte wolken. Die ene daar zou ik best willen hebben. Weet je wat, voor ik naar school ga, doe ik eerst mijn slaapkamerraam een beetje open, zodat de wolk naar binnen kan gaan.’ ‘Wat ga je er dan mee doen?’ vraag ik nieuwsgierig. ‘Nou, het lijkt me gewoon gezellig.’ ‘En als hij nou gaat regenen?’ vraag ik, terwijl ik het al helemaal voor me zie. Delphi lacht. ‘Dan roep ik de zon,’ zegt ze. ‘Maar zou de wolk het hier wel naar z’n zin hebben?’ ‘We kunnen het toch proberen?’ meent Delphi. ‘Dat doen we.’

 

Het Noorse wolkje had al lange tijd de drang om eens aan een andere cultuur te snuffelen. ‘Wat vind je daar dan zo interessant aan?’ vroegen de andere wolken. ‘We hebben het hier toch goed met mekaar, zo boven het fjord?’ ‘Dat is waar,’ zei het kleine witte wolkje, hoewel hij het diep in z’n hart eigenlijk maar een grijs bestaan vond. Bovendien was er de laatste tijd steeds vaker sprake van dreigende donkere wolken. Maar goed, die dreiging had je overal. Maar op een dag vond hij toch dat hij gehoor moest geven aan zijn innerlijke wens. Hij nam afscheid en vertrok. In de verte zag het wolkje hoe verderop in Isfjorden een slaapkamerraam op een kier werd gezet. ‘Daar zou ik nou wel eens naar binnen willen glippen,’ dacht de wolk bij zichzelf. Hij had namelijk gehoord dat er in dát huis een Nederlandse familie was komen wonen, dus dit was zijn kans.

 

De eerste weken had het wolkje het er buitengewoon goed naar z’n zin. Elke dag viel er wel iets nieuws te ontdekken in het grote huis en bovendien werd het wolkje enorm gastvrij door de Nederlanders ontvangen. En als de gelegenheid zich voordeed dan voerde hij zo nu en dan een gesprekje met de bewoners. Ondanks de verschillende moedertalen begrepen het Noorse wolkje en de Nederlanders elkaar goed. Ze beheersten kennelijk een universele taal. De taal van het hart. Het wolkje was helemaal in de wolken met zijn nieuwe woonomgeving.

Maar ’s nachts lag het wolkje druk te woelen in z’n slaap. Hij droomde van de bergen en het Isfjord. En ook van z’n familie, z’n vrienden en z’n ouders. Het wolkje had eigenlijk steeds vrij luchtig tegen zijn levensverandering aangekeken, maar ’s nachts werd hij heftig beziggehouden door zijn onderbewustzijn dat blijkbaar toch wat zwaarder tegen deze beslissing aankeek. Iedere morgen werd hij uitgeput en met hoofdpijn wakker. Dat maakte hem verdrietig, waardoor hij bijna moest regenen. Maar steeds als hij dacht, ‘wat doe ik hier eigenlijk?’ gebeurden er twee dingen. Ten eerste dacht het wolkje dan heel even terug aan zijn intense wens om zijn grijze bestaan te ontvluchten en een andere cultuur te leren kennen. En daar stond hij nog altijd vierkant achter. En ten tweede was er altijd wel iemand in het grote huis aanwezig die begreep wat het witte wolkje doormaakte. ‘Kom maar eens even hier ontwortelde wolk,’ zei een meisjesstem dan. ‘Wat jij nodig hebt is een beetje zon.’ En daar kwam de zon.